Les 19A Aanslaan met arpeggio’s

<- Een volgende les…

Arpeggio’s.

Onderstaande filmpje geeft een introductie over wat dat woord ‘arpeggio’ nu eigenlijk betekent op een gitaar.

We zijn nog niet met akkoorden begonnen. We zijn eigenlijk gitaar leren spelen door de tonen of noten één voor één te leren. Stel dat we de geleerde noten achter elkaar of boven elkaar (tegelijk) willen spelen en we zoeken naar klanken die bij elkaar passen, dan komen we vanzelf op akkoorden uit. Deze en volgende lessen vormen dus een brug naar dubbele aanslagen en uiteindelijk akkoorden.

Een akkoord en een arpeggio

Een akkoord is niets anders dan een opstapeling van drie of meer noten op de notenbalk (letterlijk). Als je bijvoorbeeld het C akkoord wil maken, dan begin je bij de noot C en hang je daar gewoon nog twee bolletjes onder. Je krijgt dan de noten C-E-G. Dit is de basis van het akkoord. Kijk maar: C, D, E, F, G = 1, 2, 3, 4, 5. We stapelen de bolletjes tegen elkaar dus de noot die ertussen zit past niet meer. We houden dan noot 1, 3 en 5 over. Dat is dus C, E en G. Dit is de basis van het akkoord. Met dat stapelen komen we niet altijd goed uit, maar die uitzonderingen zijn nog even teveel om hier al te bespreken. Houd voor nu even aan dat een akkoord gewoon een opstapeling is van noten.

Stel, je speelt deze noten in één keer, dan speel je een akkoord. Stel je speelt deze noten na elkaar, dan heet dit een arpeggio.

In de Pop spelen we veel met het aanslaan van akkoorden. We slaan de noten dan in één keer aan. Met klassiek gitaar spelen we juist vaak noten achter elkaar als arpeggio. Toevallig, omdat we graag mooie combinaties horen in de noten of klanken, zijn het vaak akkoorden die we dan ongemerkt spelen, hoewel we ze als losse noten spelen en helemaal niet zien dat op de notenbalk eigenlijk een akkoord staat. Maar… ken je beide werelden. De wereld van akkoorden en de wereld van de noten, dan wordt het je duidelijk dat je eigenlijk dezelfde klanken speelt. Bij akkoorden speel je de klanken alleen in één keer en bij klassiek gitaar spelen wel de klanken meestal na elkaar.

Het basis arpeggio patroon (of later basis fingerpicking patroon)

Vaak beginnen we de arpeggio met de bassnaar die dan mooi onder de volgende tonen door blijft klinken. We starten dus met een aanslag van de duim (p). Daarna lopen we over de snaren omhoog en meestal ook weer naar beneden. Een instrument waar we dat ook heel goed kunnen zien is de harp. Daar raken we achter elkaar steeds de snaren aan en spelen we dus aan één stuk door eigenlijk arpeggio’s. Hoewel we natuurlijk ook een akkoord aan kunnen slaan door de snaren in één pluk te spelen.

Straks, als we gaan spelen met songs zullen we zien dat in de stukken waar we de akkoorden als arpeggio spelen we een vaak een standaard patroon kunnen zien. Juist die harp beweging van eerste de bassnaar, omhoog lopen over de snaren en weer naar beneden. Dit ziet er bijvoorbeeld uit als volgt:

E--------------------------------|
B----------a--------------a------|
G--------i---i----------i---i----|
D-------m-----m--------m-----m---|
A--------------------------------|
E-----p-------------p------------|

Natuurlijk zijn er een heleboel variaties mogelijk, maar dit is het basispatroon van een arpeggio. Begin je op de vierde snaar, dan schuift het patroontje een snaar op want anders is er niet genoeg plek:

E----------a---------------a-----|
B--------i---i-----------i---i---|
G-------m-----m---------m-----m--|
D------p---------------p---------|
A--------------------------------|
E--------------------------------|

Maar op de zesde snaar beginnen, dan kan je het patroontje natuurlijk nog steeds op de nylonsnaren spelen:

E----------a---------------a-----|
B--------i---i-----------i---i---|
G-------m-----m---------m-----m--|
D--------------------------------|
A--------------------------------|
E----p----------------p----------|

Zo zijn er allerlei variaties te maken.

Hoe gaan we verder in de cursus?

In volgende lessen bij Pop gaan we kijken hoe die arpeggio (die losse noten) nu eigenlijk toch een akkoord vormen. Daarna gaan we die akkoorden dan ook leren. We zullen zien dat arpeggio’s vaak terugkomen in de intro of het tussenspel van een liedje als de focus naar het gitaarspel gaat. Gaat de aandacht naar de zang, dan gebruiken we het aanslaan van akkoorden meestal bij het couplet en het refrein. Kijk eventueel eens naar deze nummers 1, 2. Hier zie je de basis ‘fingerpicking’ patronen of ‘arpeggio’s’ heel goed terugkomen.

In de volgende lessen Klassiek gaan we kijken hoe die arpeggio werkt met ook de snaren die we nog niet gehad hebben. Sommige akkoorden zijn moeilijker omdat ze halve noten bevatten. We gaan deze halve noten (kruizen en mollen) ook leren zodat je straks ook de moeilijke akkoorden beter begrijpt. Verder kijken we naar een aantal technieken van de rechter- en linkerhand.

De laatste les van het eerste jaar van de cursus gaat over stemmen. Zo kan je ervoor zorgen dat je gitaar goed blijft klinken. Ook niet onbelangrijk.

 

<- Een volgende les…