Les 1B Kruizen en Mollen. De Fis.

<- Een volgende les…

 

 

 

 

 

Kruizen en Mollen…

Gelukkig maar dat er toch nog wijze gitaristen zijn die de gehele basis van ook ‘het tweede jaar klassiek’ willen volgen :p. In het tweede jaar gaan we kijken naar onder andere de meestvoorkomende kruizen en mollen en we zullen kijken naar de noten van de drie overige snaren; de bassnaren. We zullen zien dat ook op deze snaren noten gaan schuiven bij het gebruik van een kruis of mol. Als laatste kijken we naar een aantal gitaartechnieken die er zijn. Laten we snel verder gaan met het volgende onderwerp.

Noten die verschuiven door kruizen of mollen zei ik net. Dat is precies wat die kruizen en mollen doen. In plaats van dat we de noot indrukken in het vakje zoals we dat geleerd hebben, moeten we de noot één vakje hoger spelen bij een kruis. Oftewel een halve noot hoger. Staat er een mol, dan moeten we het tegenovergestelde doen. We spelen de noot dan één hokje lager op de snaar. Dan is de noot een halve noot gezakt.

Dus, een kruis:

1 hokje omhoog spelen = een halve noot omhoog.

Een mol:

1 hokje naar beneden spelen = een halve noot omlaag.

Hierboven zien we zo’n ‘ding’. Voor de eerste noot staat een kruis. Voor de tweede noot staat een mol. En voor de laatste noot een herstellingsteken. Dus de eerste noot moet een hokje hoger gespeeld worden. De tweede noot een hokje lager. Voor de derde noot staat een herstellingsteken. Ik leg straks uit wat ‘die’ doet.

Kruizen en mollen in de ‘kantlijn’ of op de notenbalk…

We kunnen kruizen of mollen op twee plekken neerzetten. We kunnen ze na de G sleutel aan het begin van de maatregel neerzetten. Dan geldt voor de hele regel het kruis. Dus alle noten op de hoogte van het kruis moeten één vakje hoger gespeeld worden. We hoeven dan niet steeds opnieuw een kruis voor de noot op die regel neer te zetten (zoals het icoontje boven aan de bladzijde). Maar wat nu als we toch de ‘gewone noot’ willen op een regel waar nu eenmaal wel dat kruis in de ‘kantlijn’ staat? Op dat moment gebruiken we dus een herstellingsteken. Als we die voor de noot zetten, dan wordt de noot weer een ‘gewone noot’.

Hetzelfde geldt voor mollen. Als we een mol in de ‘kantlijn’ hebben staan, dan moeten we alle noten op die hoogte één vakje lager spelen. Maar… als we een herstellingsteken voor de verlaagde noot zetten, dan geldt dat deze noot niet een vakje lager gespeeld hoeft te worden.

We gaan bovenstaande oefenen met behulp van een aantal te spelen voorbeelden komende lessen. We starten met een kruis op de plek van de F. We kunnen onze linkerhand opschuiven. Dit heet positiespel. We zetten voor de volgende oefening onze linkerhand één hokje verder op de hals van de gitaar. De wijsvinger staat dan in het 2e vakje. De middelvinger in het 3e vakje etc. Je zult in het liedje er snel achter komen waarom we in de 2e positie starten.

In de bovenstaande oefening zijn we begonnen met het een kruis op de hoogte van de F. Maar de noot gaat dan anders heten. Er komt dan ‘-is’ bij de noot. Dus de noot heet geen F meer, maar heet ‘de Fis’ (spreek uit ‘de vies’). Bij een mol komt er juist ‘-es’ bij. Overigens is het niet altijd nodig om in 2e positie te gaan spelen. Meestal blijven we gewoon in de 1e positie spelen. In het bovenstaande liedje stond de noot A (het vijfde hokje op de 1e snaar). Die halen we alleen met de pink als we in het tweede hokje onze wijsvinger hebben staan.

Dus bij kruizen:

Een kruis en de F -> Fis
Een kruis en de C -> Cis
Een kruis en de G -> Gis
etc.

Dus bij mollen:

Een mol en de B -> Bes

De Fis is het eerste kruis om toe te voegen aan de notenbalk. We starten niet zomaar bij een noot een halve noot hoger maken. Ook hier zit een systeem in. Maar hoe werkt dat systeem dan? En kan je dan van elke noot een kruis of een mol maken? Hoeveel kruizen en mollen hebben we dan wel niet?

Toonafstanden

Voor de uitleg van het begrip toonafstanden teken ik in de les bij leerlingen altijd even een stukje van de piano op een blaadje. We weten allemaal dat de piano niet aan één stuk door steeds een zwarte en dan weer een witte toets heeft. Er zit een soort patroontje in.

Tussen sommige toetsen zit helemaal geen zwarte noot! De witte noten op een piano zijn de ‘gewone’ hele noten. Dus de A, B, C, D, E, F en G. Die zwarte toetsen, dat zijn de kruizen of mollen. Tussen de E en F en de B en de C zit geen zwarte toets. Dat betekent dat de E + is = Eis en de B + is = Bis niet bestaat. We hebben de volgende kruizen: Ais, Cis, Dis, Fis en Gis. Voor mollen is dit dus ook zo. Er bestaat geen F + es = Fes en geen C + es = Ces. We hebben de volgende mollen: Aes, Bes, Des, Ees en Ges.

We kunnen bovenstaande ook zien op de eerste 3 hokjes op de hals van de gitaar.

Links is de dikste snaar, rechts de dunste snaar. We kijken dus tegen de gitaar aan alsof deze omhoog staat. Nog niet alle noten weten we want we hebben pas de eerste drie vakjes van de 1e, 2e en 3e snaar bekeken. De komende lessen ga ik pas de noten behandelen van de eerste drie hokjes op de bassnaren, maar even ervan uitgaande dat het plaatje klopt. Je ziet dan ook tussen de B en de C en de E en de F geen hokje op de gitaar. Daar zit dus geen kruis of mol.

Hoe zit het dan met die toonafstanden?

Als we van het ene vakje naar andere vakje gaan op de gitaar dan schuiven we steeds een halve toonafstand op.

Stel we kijken of de volgende regel klopt: Ik schuif 2x een hokje op… dan kom ik steeds bij de volgende hele noot…

Dat gaat een tijd goed… totdat je over de B en C of de E en F gaat schuiven. Dan klopt er niks meer van want we schuiven dan één noot verder terwijl we maar een halve toonafstand schuiven (zie plaatje van de piano). Toonafstanden zijn dus iets anders dan noten.

Zet je al die noten achter elkaar op een notenbalk, dan heet dit een toonladder. Je gaat van onder naar boven of andersom, maar niet alle sporten van de ladder zijn even groot! Want tussen sommige noten zit 2x een halve toonafstand (een extra hokje op de gitaar, op de piano een zwarte toets). Tussen de B en C, en de E en F is die er niet en zit dus maar 1x een halve toonafstand. De toonafstand zegt dus iets over de ruimte tussen de noten.

Toonladders

We kunnen die twee toonladders, één zonder een kruis en één met de Fis, met elkaar vergelijken.

Zonder kruizen:
Noten:
A (Ais) B C (Cis) D (Dis) E F (Fis) G (Gis) A  som = 8
_       _ _       _       _ _       _       _
|       | |       |       | |       |       |
|       | |       |       | |       |       |
-       ---       -       ---       -       -
Afstanden:
    1   0.5   1       1   0.5   1       1      som = 6

Met de Fis:
Noten:
A (Ais) B C (Cis) D (Dis) E F (Fis) G (Gis) A  som = 8
_       _ _       _       _     _   _       _
|       | |       |       |     |   |       |
|       | |       |       |     |   |       |
-       ---       -       -     -   -       -
Afstanden:
    1   0.5   1       1     1    0.5    1      som = 6

Je ziet dat er een sport verschuift op de toonladder door de invloed van het kruis. Dat is nu precies wat een kruis (of mol) doet!

<- Een volgende les…