Les 20A Stemmen the easy way…

<- Een volgende les…

Stemmen…

 E1
 B2
 G3
 D4
 A5
 E6

Stemmen met behulp van bovenstaande tonen…

Hierboven kan je de tonen afspelen van elke snaar afzonderlijk. Zo kan je door elke snaar te vergelijken met de toon je snaren één voor één stemmen.

Natuurlijk heb je ook stemapparaatjes die precies aangeven wanneer je goed zit. Toch is  het belangrijker om te leren luisteren. Want jouw stemapparaatje gaat je niks vertellen als je een nieuwe snaar op je gitaar hebt gezet omdat je snaar is gesprongen en je gaat deze snaar voor het eerst stemmen. Je stemapparaatje geeft dan alle kleuren aan van de regenboog. Dus probeer te leren luisteren!

Stemmen met een stemvork

Stemmen kunnen we ook op een andere manier doen. Eerst zorgen we ervoor dat 1 van de snaren op de gitaar helemaal kloppend is qua toon. Dit doen we door deze snaar te vergelijken met de toon die een stemvork maakt. Een stemvork maakt altijd dezelfde toon en zodoende kunnen we de snaar precies op de hoogte draaien van de toon van de stemvork. Vervolgens vergelijken we de rest van de snaren met de snaar die nu juist klinkt.

Hoe gaat dat in zijn werk? De stemvork maakt de toon A. Maar helaas is deze toon een veel hogere A dan de A die we kunnen maken door het aanslaan van onze vijfde snaar, ook de A. Toch kunnen we die hoge toon die de stemvork maakt maken op de gitaar door een flageolet te spelen, oftewel boventoon. Dit doen we door boven het vijfde fretje (niet het hokje!) op de vijfde snaar onze gestrekte pink te leggen (niet indrukken, alleen op de snaar licht aanraken met je gestrekte pink die je op de snaar legt). Als de toon klinkt halen we meteen onze pink weg zodat de toon door blijft klinken. Dit vergt een beetje oefening.

We slaan de stemvork aan (niet bij de uiteinden vastpakken want dan doet ie het niet en flink slaan…) en zetten de stemvork op een klankkast. Dat kan de tafel zijn of je gitaar of iets anders waardoor de toon versterkt wordt. Vervolgens slaan we de boventoon aan en vergelijken we. Is ie nu hoger of lager??? Dat is even proberen en leren. Ik draaide in het begin ook steeds de verkeerde kant op. Vanzelf ga je het steeds beter horen.

Hoe dan verder? Vervolgens gaan we de snaren vergelijken met de A-snaar die nu goed is. Misschien heb je al wel eens gemerkt dat wanneer je in het vijfde hokje je vinger zet, dat je de toon krijgt van de snaar die erboven ligt. Dus druk je het vijfde vakje in op de zesde snaar, dan klinkt de toon gelijk aan de toon van de vijfde snaar.

In het schema hieronder kan je aflezen hoe we de snaren kunnen vergelijken. We beginnen bij de snaren die natuurlijk rondom de vijfde snaar liggen. Die snaren stemmen we eerst zodat we van daaruit verder kunnen stemmen. Het schema staat op volgorde.

 snaar met hokje… =  de losse …
 6e snaar en 5e hokje  5e snaar
 5e snaar en 5e hokje  4e snaar
 4e snaar en 5e hokje  3e snaar
 3e snaar en 4e hokje  2e snaar
 2e snaar en 5e hokje  1e snaar

We zien dus één uitzondering op de regel. Op de 3e snaar moeten we het 4e hokje gebruiken om te komen tot de klank van de 2e snaar.

Er zit alleen een beetje een gevaar in deze manier van stemmen. Als je namelijk de 4e snaar net niet helemaal precies stemt, dan is de derde snaar niet goed. Dan zit je bij de volgende snaar misschien weer net een beetje meer ernaast omdat je niet precies stemt en lijkt de laatste snaar nergens meer op. Er bestaat een methode van stemmen waarmee we meteen (na de stemvork vergelijking) alle snaren kunnen vergelijken met enkel de vijfde snaar. Dan gaan we stemmen met flageoletten. Maar dit komt pas later in de cursus. Bovenstaande twee methoden zijn nu even genoeg om mee te oefenen!

Vanaf nu voordat je gaat oefenen met de gitaar…

  • Stem je gitaar vanaf nu met één van bovenstaande methoden, het liefst met allebei!
  • Neem af en toe de houding checklist nog eens door…
  • Denk aan blind spelen! (kijk naar je scherm of papier, niet naar je handen!)
  • Speel je in één tempo? (pas als je de noten snel genoeg kan vinden)
  • Met je rechterhand netjes bol en je pols in een boogje… (niet tegen de kast je knokkels naar boven trekken!)
  • Je linkerhand vingerpuntjes netjes rechtop en de duim achter de hals, achter het 2e hokje (niet boven de hals!)
  • Probeer de gitaar flink aan te slaan. We moeten de gitaar wel horen! Niet zo bescheiden! Anders komt er geen klank uit dat ding…
  • Laat je zoveel mogelijk je vingers staan van je linkerhand? (als het niet nodig is om de vinger op te tillen dan blijft ie staan! Dus een open noot op een andere snaar of een noot met een andere vinger op een andere snaar, dan blijft de voorgaande noot staan en klinkt door…)
  • Probeer heel precies te zijn. Een beetje goed, dan ben je er nog lang niet! Oefen lastige stukjes even apart.

<- Een volgende les…