Les 6B De Toonsoorten C, G, D, A.

<- Een volgende les…

 

De Toonsoorten C, G, D, A.

We hebben het steeds over een systeem gehad bij die kruizen.

Het 1e kruis: De Fis
Het 2e kruis: De Cis
Het 3e kruis: De Gis

Deze ‘ladders’ of ‘toonladders’ die noemen we een toonsoort. Dus je hebt de ‘gewone’ toonsoort zonder kruizen en mollen. Dan komt de toonsoort met één kruis.. etc. Maar we benoemen de toonsoorten anders:

Geen kruis = de toonsoort C.
Eén kruis = de toonsoort G.
Twee kruizen = de toonsoort D.
Drie kruizen = de toonsoort A.

Toonsoorten hebben ook nog een soort karakter of ‘feel’. De ene toonsoort klinkt wat droevig, de ander juist weer blij, krachtig, helder, gewoontjes, middeleeuws of juist romantisch. Door de tijden heen waren er dan ook heel andere voorkeuren voor toonsoorten dan de wellicht meer standaard toonsoorten waar we meeste songs van nu in vinden. Toch, als een componist een bepaald gevoel met zijn muziek op wil wekken dan zal hij automatisch ook kiezen voor een daarbij passende toonsoort.

<- Een volgende les…