Les 8A Verschillende noten en rusten

<- Een volgende les…

Verschillende noten en rusten

Bij de vorige les hebben we gekeken naar de G-sleutel en de 4/4e en 3/4 maatsoort. We weten nu dat het bovenste cijfer aangeeft hoeveel tellen er in de maat staan. Maar wat doet dat onderste cijfer dan?

In de vorige les vertelde ik al dat we niet alleen de hoogte van de noot op de notenbalk kunnen zetten. We kunnen ook de duur van de toon of klank op de notenbalk schrijven. Dit doen we door verschillende noten te gebruiken. Het onderste cijfer doet niks anders dan vertellen welke noot 1 tel duurt. Met een 4 (van een kwart of 1/4) geven we aan dat de kwartnoot dus 1 tel duurt. Mmh, de kwartnoot jaja…

De kwartnoot is de noot die we tot nu toe gezien hebben. Deze duurde steeds 1 tel. Vier van deze noten zorgen dus voor een volle maat… (hiernaast) Vandaar de kwartnoot. In de standaardmaat passen er vier in een hele maat.  

De kwart noot duurt 1 tel…

We hebben ook nog andere noten. Bijvoorbeeld de halve noot. Er passen twee halve noten in een maat van 4 tellen. De halve noot is dus 2 tellen.  

De halve noot duurt 2 tellen…

ls er een kwartnoot is, een halve noot, dan zal er dus ook wel een hele noot zijn?

De hele noot duurt 4 tellen.

Kunnen we ook een noot maken met drie tellen? Jazeker! Een punt achter een noot zorgt voor een tijdsduur x 1,5.

De halve noot duurt 2 tellen. De punt doet de tijdsduur x 1,5 = 3 tellen.

Als we de noot van drie tellen neerzetten in een maat van 4 tellen, dan hebben we 1 tel over. Daar is dan stilte. Je hoeft dan overigens niet je hand op de snaren te doen hoor om de noot te stoppen. Meestal zorgt een nieuwe noot die hierna op de notenbalk is geschreven voor een nieuwe aanslag en verdwijnt de vorige noot dus. De stilte of restruimte in de maat moeten we alleen wel aangeven met een rust. Anders klopt de hoeveelheid tellen in de maat niet meer. Net als noten met verschillende tijdsduur zijn er ook rusten met ieder een verschillende tijdsduur. Deze verschillende rusten komen we vanzelf tegen als we liedjes gaan spelen dus maak je hierom geen zorgen. Belangrijk is wel om te weten hoeveel tellen de verschillende noten duren.

Als laatste hebben we nog een aantal woorden waarmee we het tempo in een stuk aan kunnen geven:

Andante = rustig aan, Adagio = langzaam, Allegro = snel!

<- Een volgende les…