Lezen 1E Gitaargeschiedenis

<- Een volgende les…

De opkomst van de Blues

De gitaar is als nylonsnaar eigenlijk maar een instrument met laag volume. Voordat men in staat was de gitaar electronisch te versterken waren er daarom een aantal mogelijkheden om de gitaar harder te laten klinken.

Eén manier was het toevoegen van nog een set snaren aan de gitaar. Bij de 12 snarige gitaar zijn de bassnaren daarom voorzien van een extra snaar die een octaaf hoger gestemd is.

Ook de resonator of dobro gitaar (hiernaast) versterkt zijn geluid met een metalen conus in het midden van de gitaar die gaat trillen door de aanhechting van de brug (omstreeks 1930).

Blues & Country (1920-1930)

Die resonator gitaar werd dan ook gebruikt in de oudere vormen van blues en country muziek. Natuurlijk hoort de banjo ook bij de country muziek. Vaak horen we ook de techniek van slide guitar terugkomen in country muziek. We bespelen de gitaar dan met een glazen of metalen buisje om de vinger. Vroeger gebruikte men hiervoor een ‘bottleneck’ ofwel het bovenste stuk van een wijsfles. Deze techniek heet ‘slideguitar’.  Hier gaan we nog naar kijken in een volgend thema.

Bij de blues deed al snel het (12 bar) blues schema zijn intrede. De basis van de blues. De laatste maat van het schema de turn around en het gebruik van -7 akkoorden. Die -7 noot in het akkoord heet dan ook wel de ‘blue note’. Die wringt zo lekker.

Urban Blues and Boogie Woogie (1930-1940)

Het trekken van de Afro-Americans naar de steden in 1920 luidde een nieuw tijdperk in. De zogenaamde ‘urban blues’. De stijl werd aangepast aan een groter publiek. Eén van artiesten was bijvoorbeeld Bessie Smith (hierboven). In dit tijdperk werd dan ook de basis gelegd voor de latere stijlen als gospel, rhythm and blues en uiteindelijk ook de rock and roll. Niet voor niks dat we na de klassieke basisbegrippen op gitaar eerst de blues invliegen. Met het toevoegen van de ‘walking-bass’ en ‘blues-shuffle’ ontstond de zogenoemde Boogie Woogie style.

Tot dan toe waren blues en jazz nog erg verweven met elkaar. Niet veel later kwamen de eerste elektrische gitaren op de markt.

De Jazz of Archtop gitaar

De eerste elektrisch versterkte gitaar die commercieel geproduceerd werd door Gibson was de ES-150.

Deze gitaar werd al snel populair binnen jazz groepen na zijn introductie in 1936, net even iets later dan de resonator gitaar. De resonator gitaar werd hiermee al snel overbodig. Het voordeel van deze gitaar was dat nu wel  het volume gehaald kon worden binnen formaties in tegenstelling tot de normale akoestische gitaar. Al snel werd deze gitaar met zijn ‘archtop’ of gebogen bovenblad met de  iconisch voor de jazz. Maar ook voor de blues, country muziek, rock and roll en rockabilly werd dit type gitaar mainstream.

Na WO II (1950s)

De Blues werd steeds meer standaard door het gebruik van de bekende blues shuffle. Naast de elektrische gitaar werd ook de bluesharp toegevoegd. Hieronder Back Door Man van Howlin’ Wolf.

Natuurlijk zien we dan ook BB King, Chuck Berry, Johnny Cash en Elvis Presley (1954) opkomen. Allemaal sterk leunend op de Blues. Niet kort daarna de opkomst van Rock and roll.

Omstreeks 1957 deden ook andere typen elektrisch gitaar hun intrede zoals de eigenlijk nog steeds onveranderde ‘stratocaster’ (hiernaast) en ‘telecaster’ van Fender.

The 1960s, 1970s, 1980s

Rock and roll en soul worden mainstream. James Brown (soul) en de opkomst van blues-rock met artiesten als Stevie Ray Vaughan en Jimi Hendrix. De vroege rock volgt. Meer over deze periode in het volgende thema.

<- Een volgende les…